Wanhoop: waar de hoop ophoudt
Wanhoop is een toestand van volledige hopeloosheid, waarin je geen uitweg meer ziet. Het woord is samengesteld uit wan- en hoop.
Wanhoop is het gevoel dat er niets meer te hopen valt. Het voorvoegsel wan- betekent gebrek, dus wanhoop is letterlijk: hoop die ontbreekt. Het woord lijkt een uitroep, maar is gewoon een precies gebouwd woord.
- Volstrekte hopeloosheid. *Ze viel ten prooi aan wanhoop.*
- Handelen uit uitputting. *Uit wanhoop belde hij iedereen.*
- Verdriet zonder uitweg. *Zij keek hem vol wanhoop aan.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de wanhoop | De wanhoop was groot. |
| Meervoud | (geen) | Alleen enkelvoud. |
| Bijvoeglijk | wanhopig | Een wanhopige poging. |
| Werkwoord | wanhopen | Hij wanhoopt aan de toekomst. |
| Samenstelling | wanhoopsdaad | Een wanhoopsdaad. |
Voorbeeldzinnen
- Hij schreeuwde het uit van wanhoop.Literair; sterke emotie.
- Zij wanhoopte aan een oplossing.Werkwoord; aan iets wanhopen.
- In wanhoop bood hij zijn huis te koop aan.Gewone taal; uit wanhoop is een vaste uitdrukking.
Wan-: het voorvoegsel van gebrek
- Het voorvoegsel wan- betekent gebrek aan of iets wat niet goed is. Je ziet het ook in *wantrouwen* (geen vertrouwen), *wanorde* (geen orde), *wansmaak* (slechte smaak) en *wanbeleid*.
- Bij wanhoop komt het voor hoop, dus het is letterlijk ontbrekende hoop.
- Het werkwoord *wanhopen* is vrijwel alleen met aan: *wanhopen aan een goede afloop*.
- Een *wanhoopsdaad* is een daad die iemand uit radeloosheid doet.
Is wanhopig hetzelfde als hopeloos?
Bijna. Hopeloos beschrijft de situatie, wanhopig de persoon die erin zit of de poging die hij doet.
Wat is het tegenovergestelde van wanhoop?
Hoop of vertrouwen. Wie hoop heeft, is niet wanhopig.