Vertrek: het moment van weggaan (en een ouderwetse kamer)

Vertrek is het weggaan van een plek, bijvoorbeeld van een trein, vlucht of persoon. In plechtig taalgebruik betekent het ook een kamer in een groot huis.

Het woord vertrek hoor je bij elk station en elke luchthaven, maar het heeft ook een tweede, bijna vergeten leven. In een kasteel of oud landhuis noem je een kamer nog steeds een vertrek. Die betekenis lees je vooral in romans en beschrijvingen van historische gebouwen.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordhet vertrekHet vertrek is vertraagd.
MeervoudvertrekkenDe vertrekken waren groot.
VerkleinwoordvertrekjeEen knus vertrekje.
WerkwoordvertrekkenHij vertrekt morgen. (vertrok, is vertrokken)
Samenstellingvertrektijd, vertrekhalMeld je in de vertrekhal.

Zo gebruik je het

Let op: vertrek, vertrekken en vertrokken

Het zelfstandig naamwoord vertrek is hetzelfde als de stam van het werkwoord *vertrekken*, dus bij 'ik vertrek' denk je aan het werkwoord. Het voltooid deelwoord vraagt het hulpwerkwoord *zijn*: *ze zijn vertrokken*. Het woord is gevormd uit ver- en trekken, in de oude zin van wegtrekken. Het tegenovergestelde is aankomst. Op een perron zie je beide woorden op hetzelfde bord, en wie met de trein reist, kijkt vooral naar het vertrek.

Wat is het verschil tussen vertrek en vertrektijd?

Het vertrek is de gebeurtenis van weggaan. De vertrektijd is het klokslag waarop dat gebeurt.

Wordt vertrek in België anders gebruikt?

Nee. In Vlaanderen zeg je hetzelfde, al hoor je voor een kamer vaker gewoon kamer. Het ouderwetse vertrek is er net zo plechtig.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 7 letters