Inbraak: wanneer iemand met geweld binnendringt
Een inbraak is het zich wederrechtelijk toegang verschaffen tot een woning of gebouw, meestal om te stelen. De dader heet inbreker.
Een inbraak is wat er gebeurt wanneer iemand met braak een gebouw binnenkomt. Het woord zegt het zelf: er wordt iets in- of opengebroken. Bij een inbraak denk je aan gebroken ramen, geforceerde deuren en gestolen spullen, maar ook digitaal kan er iets worden gehackt.
- Het binnendringen in een gebouw. *Er was een inbraak in de school.*
- Digitale inbraak. *De inbraak bij het bedrijf kostte miljoenen.*
- Afgeleid: de inbreker. *De inbreker liet vingerafdrukken achter.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de inbraak | de-woord |
| Meervoud | inbraken | -en |
| Werkwoord | inbreken | brak in, ingebroken |
| Persoon | de inbreker | degene die inbreekt |
| Samenstelling | inbraakpreventie | maatregelen ertegen |
Hoe gebruik je het in een zin?
- Er is vannacht ingebroken bij de buren.Werkwoord in de verleden tijd.
- De politie onderzoekt de inbraak.Neutraal nieuwsgebruik.
- Na de inbraak liet ze extra sloten plaatsen.Praktisch, alledaags.
Inbraak of inbreuk?
Deze twee woorden zijn familie van elkaar, maar hebben een andere betekenis. Een inbraak is het binnendringen. Een inbreuk is een schending, bijvoorbeeld van een regel of van je privacy. Het werkwoord inbreken is het gewone woord voor een inbraak plegen. Een dief kan inbreken, maar de term diefstal is breder: een zakkenroller steelt, maar breekt niet in. In de juridische taal heet inbraak ook wel diefstal met braak. De politie maakt dan een proces-verbaal op.
Is inbraak hetzelfde als diefstal?
Niet helemaal. Bij een inbraak wordt iets geforceerd, diefstal kan ook zonder braak.
Welke verleden tijd hoort bij inbreken?
Hij brak in en is ingebroken, bijvoorbeeld: er is ingebroken.