Verkeer: wat er over de weg rijdt, en meer
Verkeer is het geheel van voertuigen, fietsers en voetgangers op de weg, maar ook de omgang of het contact tussen mensen of landen.
Verkeer is alles wat zich over een weg verplaatst. Het woord werkt ook figuurlijk: iets dat ‘uit het verkeer wordt genomen’ verdwijnt voorgoed uit omloop. Zo past het zowel bij files als bij oude munten.
- Voertuigen en mensen op de weg. *Het verkeer staat vast op de A2.*
- Omgang of contact. *Het verkeer tussen beide landen is hersteld.*
- Het geheel van betalingen of berichten. *Het betalingsverkeer ligt stil.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | het verkeer | Het verkeer is druk. |
| Meervoud | niet gebruikelijk | – |
| Samenstelling | verkeersbord | Het verkeersbord staat scheef. |
| Samenstelling | verkeersinfarct | Een verkeersinfarct blokkeert alles. |
| Samenstelling | luchtverkeer | Het luchtverkeer is vertraagd. |
Zo gebruik je het in een zin
- Het verkeer is vanmorgen zeer druk.Radio-uitspraak.
- Auto's, fietsen en voetgangers: het hele verkeer.Alle deelnemers.
- Dit model is uit het verkeer genomen.Formele, zakelijke taal.
Wie hoort allemaal bij het verkeer?
Alle deelnemers vormen samen het verkeer: de automobilisten, fietsers en voetgangers. Het Nederlands kent veel samenstellingen: wegverkeer, treinverkeer, betalingsverkeer. Een file is een stagnatie van dat verkeer, een weg is de plaats waar het zich afspeelt, en een auto is een van de deelnemers. Het woord hoort bij het werkwoord verkeren, dat zowel ‘zich bevinden’ als ‘omgaan met’ kan betekenen. Daardoor betekent verkeer ook ‘omgang tussen mensen’.
Is verkeer enkelvoud of meervoud?
Enkelvoud; je zegt ‘het verkeer is druk’. Over meerdere voertuigen spreek je van ‘verkeersdeelnemers’.
Wat betekent verkeren?
Zich ergens bevinden of omgaan met iemand: ‘hij verkeert in goed gezelschap’.