Wanneer twijfel je? Over een woord dat uit twee komt
Twijfel is een gevoel van onzekerheid over wat waar of juist is, of over welke keuze je moet maken. Het woord hoort bij twee en komt van ‘tweeledig’.
Twijfel is niet kunnen kiezen tussen twee dingen. Het woord heeft het getal twee in zich: wie twijfelt, ziet twee kanten. Je kunt twijfel hebben over een besluit, een persoon of een feit, en soms schemert zelfs een zweem van twijfel door een stellige uitspraak heen.
- Onzekerheid. *Er bestaat geen twijfel over zijn schuld.*
- Aarzeling bij een keuze. *Na veel twijfel koos ze het blauwe huis.*
- Argwaan. *Zijn verhaal wekte twijfel.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de twijfel | Zijn twijfel groeit. |
| Meervoud | twijfels | Ze heeft twijfels. |
| Werkwoord | twijfelen | Ik twijfel. |
| Voltooid deelwoord | getwijfeld | Zij heeft getwijfeld. |
| Bijvoeglijk | twijfelachtig | Een twijfelachtig plan. |
Zo gebruik je het in een zin
- Daar bestaat geen twijfel over.Formele, stellige taal.
- Ik twijfel of ik zal komen.Vergelijk met ‘ik weet niet of’.
- Wie twijfelt, heeft vaak gelijk.Spreekwoordelijk, informeel.
Twijfel en twee
Het Nederlandse woord twijfel gaat terug op het Germaanse *twi-* (twee). Het Duitse *Zweifel* is verwant, en het Latijnse *dubium* hoort bij *duo*, ‘twee’. Wie twijfelt, wordt ‘tussen twee gedachten’ heen en weer geslingerd. Een zekere angst om verkeerd te kiezen hoort daarbij. Het werkwoord twijfelen vervoeg je regelmatig: ik twijfel, hij twijfelde, ik heb getwijfeld.
Is het twijfelen aan of twijfelen over?
Allebei kan. Je twijfelt aan iemands woorden en over een keuze.
Hoe vervoeg je twijfelen?
Ik twijfel, hij twijfelt, twijfelde, getwijfeld. Het werkwoord is regelmatig en neemt hebben als hulpwerkwoord: ik heb lang getwijfeld.