De trainer, of wie jou bijschaaft
Een trainer is iemand die anderen traint of begeleidt in sport of werk. De vrouwelijke vorm is trainster of gewoon trainer.
Een trainer leert je iets door herhaling en begeleiding. In het voetbal is de trainer de man of vrouw die de ploeg klaarstoomt, maar niet altijd degene die de opstelling bepaalt. Ook buiten sport bestaat het beroep.
- Een sportbegeleider. *De trainer wisselde twee spelers.*
- Iemand die cursussen geeft. *Een trainer in communicatievaardigheden.*
- Een oefenprogramma. *De typetrainer op mijn laptop meet mijn tempo.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de trainer | De trainer fluit. |
| Meervoud | trainers | De trainers overleggen. |
| Vrouwelijk | trainster | De trainster begon vorig jaar. |
| Werkwoord | trainen | Zij traint twee keer per week. |
| Samenstelling | hoofdtrainer | De hoofdtrainer is ontslagen. |
Zo gebruik je het in een zin
- De trainer was tevreden over zijn ploeg.Neutraal; Nederlandse voetbalverslagen.
- Hij werkt als trainer bij een bedrijf.Zakelijk gebruik.
- Onze trainer eist volle inzet.Vlaams zegt vaak 'coach'.
Trainer en coach
In het Nederlands loopt trainer vaak in elkaar over met *coach*. Een trainer richt zich op technische vaardigheden, een coach op begeleiding en motivatie. In Vlaanderen is *coach* het gewone woord voor de sporttrainer, in Nederland *trainer*. De leraar in de klas heet zelden zo, tenzij het om een cursus gaat. Het woord stamt van het Engelse *train*, dat uit het Franse *trainer* ('slepen') komt.
Wat is het verschil tussen trainer en coach?
Een trainer leert technische vaardigheden, een coach begeleidt persoonlijk. In de praktijk lopen ze door elkaar.
Is er een vrouwelijke vorm?
Ja: trainster, al gebruikt men steeds vaker gewoon 'trainer'.