Totaal: de som van alles bij elkaar
Totaal is de som van alle delen samen, het eindbedrag. Als bijwoord of bijvoeglijk naamwoord betekent het volledig of helemaal, zoals in totaal onmogelijk.
Een rekening, een uitslag of een reisverslag eindigt vaak met een totaal. Het woord heeft twee gezichten: als zelfstandig naamwoord is het de som van alles, als bijwoord betekent het ‘helemaal’. Beide zijn rechtstreeks uit het Latijn *totalis* afgeleid, van *totus*, ‘geheel’.
- Eindbedrag of som. *Het totaal komt uit op zestig euro.*
- Volledig, helemaal (bijwoord). *Dat is totaal onmogelijk.*
- Alles omvattend (bijvoeglijk). *Een totale ramp.*
- In totaal (vaste verbinding). *In totaal waren er tweehonderd gasten.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | het totaal | Een het-woord. |
| Meervoud | totalen of totaals | Beide komen voor; totalen is gangbaarder. |
| Bijvoeglijk | totaal, totale | Een totale verrassing. |
| Verwant | totaliteit | Het geheel; formeel. |
Totaal in een zin
- Wat is het totaal van de rekening?Alledaags; bij kassa of horeca.
- Ik ben totaal vergeten wat ik moest doen.Als bijwoord versterkt het het werkwoord.
- Zij kwam in totaal vijf keer langs.'In totaal' is de vaste verbinding voor het geheel.
Herkomst en nuances
Het woord wordt in de handel en wiskunde graag gebruikt. Bij het optellen geeft een som het resultaat, terwijl het totaal ook een bedrag of aantal kan zijn. Onderaan een kassabon staat het totaal dat je moet betalen.
Wat is het verschil tussen totaal en som?
Som is de uitkomst van een optelling; totaal is het geheel van alle delen, ook buiten de wiskunde.
Is totaal een vergrotende trap?
Nee, totaal is al volledig en wordt niet vergroot.