Gebied: van gebieden tot grondgebied
Een gebied is een afgebakend stuk land of een afgebakend vakgebied waarvoor iets geldt of waarover iemand gezag heeft.
Een gebied is een afgebakend deel van de ruimte of van een vak. Het woord is verwant met *gebieden*, 'bevelen': oorspronkelijk was een gebied dus het stuk land waar iemand de baas was. Daarmee is het een oud rechtswoord dat vandaag overal wordt gebruikt.
- Streek of oppervlak. *Het gebied rond de rivier is overstroomd.*
- Vakgebied. *Op het gebied van geneeskunde is veel veranderd.*
- Bevoegdheid of terrein. *Dat valt buiten mijn gebied.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | het | het gebied |
| Meervoud | gebieden | verschillende gebieden |
| Verkleinwoord | gebiedje | een klein gebiedje |
| Samenstelling | natuurgebied | een natuurgebied |
| Vaste combinatie | op het gebied van | op het gebied van muziek |
Gebied in een zin
- Dit natuurgebied is verboden toegang.Typisch bordtekst.
- Hij is deskundig op het gebied van taal.Formeel en zeer gebruikelijk.
- De gebieden in het oosten krijgen veel regen.Aardrijkskundige beschrijving.
Gebied, regio en streek
Een regio is vaak een bestuurlijk of economisch gebied, terwijl een gebied algemener is. Een *streek* heeft meestal een culturele kleur, zoals de Veluwe of de Kempen. In Vlaanderen heten de grotere gebieden *gewesten*: het Vlaams, Waals en Brussels Gewest. Het werkwoord *gebieden* (gebood, geboden) is nog te vinden in *geboden en verboden*. Daarbij is het deelwoord *geboden* hetzelfde woord als het deelwoord van bieden, wat soms voor verwarring zorgt in schrijftaal.
Wat is het verschil tussen gebied en regio?
Gebied is algemeen, regio is vaker een bestuurlijke of economische eenheid.
Waar komt gebied vandaan?
Van het werkwoord gebieden, 'bevelen', omdat een gebied het stuk grond was waar iemand het bevel voerde.