Spuit: van injectienaald tot brandweerslang
Een spuit is een instrument om vloeistof of gas onder druk te verplaatsen, zoals een injectiespuit of de spuit van een brandweerslang.
Een spuit drukt vloeistof of gas weg. Een spuit is bijna altijd verbonden met druk: een duwende zuiger, een knijpend handje of een kraan die wijd openstaat. Het werkwoord spuiten is onregelmatig.
- Injectiespuit. *De arts zette een spuit.*
- Brandspuit. *De brandweer richtte de spuit op de vlammen.*
- Sproeier. *Hij reinigde de gevel met een spuit.*
- Spuiten (werkwoord). *Het water spoot uit de kraan.*
Vormen van spuiten
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Zelfstandig naamwoord | de spuit | meervoud spuiten |
| Infinitief | spuiten | onregelmatig |
| Tegenwoordige tijd | hij spuit | ik spuit |
| Verleden tijd | spoot | wij spoten |
| Voltooid deelwoord | gespoten | een gespoten auto |
Voorbeelden in een zin
- De verpleegkundige gaf een spuit tegen griep.Medisch; informeler dan injectie.
- Hij spoot de tuin nat.Onregelmatig verleden tijd: spoot, niet spuitte.
- Ze spoot haar fiets blauw.Spuiten voor verven met een spuitpistool.
Spuit, prik en spuitwater
- Een spuitje. Informeel: een vaccin of verdovende prik. Vergelijk prik, dat in het dagelijks gebruik bijna hetzelfde betekent.
- Spuitbus. Een bus met druk waaruit je verf of schuim spuit.
- Spuitwater. Water met koolzuur. Het woord is wat ouderwets; tegenwoordig zeggen veel mensen bruiswater of water met prik.
- Naald. De holle naald is het deel van de spuit dat de huid doorboort.
Is het spuitte of spoot?
Spoot. Spuiten is een sterk werkwoord; het voltooid deelwoord is gespoten.
Wat is het verschil tussen spuit en injectie?
De spuit is het instrument; de injectie is wat je ermee doet.
Welke soorten spuiten zijn er?
Je hebt bijvoorbeeld de injectiespuit bij de dokter, de spuitbus voor verf of haarlak en de tuinspuit voor water. In alle gevallen duwt de spuit een vloeistof onder druk naar buiten.