Slok: een teug drank en een slok op hebben
Een slok is een hoeveelheid drank die je in één keer doorslikt, een teug. Ook de vaste uitdrukking een slok op hebben betekent een beetje aangeschoten zijn.
Een slok is zoveel drank als je in één keer doorslikt. Wie een slok op heeft, is een beetje aangeschoten, ook al heeft hij maar een heel klein glas leeggedronken. Het woord hoort bij dorst en bij de borrel.
- Hoeveelheid drank in één keer. *Ze nam een grote slok water.*
- Weinig, een klein beetje (figuurlijk). *Dat scheelt een slok op een borrel.*
- Lichte dronkenschap (een slok op hebben). *Na het feest had hij een slok op.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de slok | De slok was groot. |
| Meervoud | slokken | Zij nam twee slokken. |
| Verkleinwoord | slokje | Een slokje thee. |
| Werkwoord | slokken | Hij slokt het op. |
| Samenstelling | slokdarm | De slokdarm loopt naar de maag. |
Slok in een zin
- Neem nog een slok koffie.Gezellig en alledaags.
- Ze had een slok te veel op en reed niet meer.Informeel; een slok te veel is een zachte omschrijving van dronkenschap.
- Hij dronk het in één slok leeg.Betekent: alles in één keer.
Slok en slokdarm
- De slokdarm is de buis waardoor voedsel van je keel naar je maag gaat. Het woord is een samenstelling van slok en darm.
- Een slok op een borrel is een vaste uitdrukking: iets scheelt heel weinig.
- Slokken en *slikken* zijn verwant, maar slokken doe je haastig of gulzig.
Is een slok hetzelfde als een teug?
Bijna. Teug is wat formeler en kan ook voor lucht gelden, zoals een teug frisse lucht; slok geldt vooral voor drank.
Wat betekent een slok op hebben?
Een beetje dronken zijn. Het wordt eerder verzachtend gebruikt, om niet te hard te klinken.