Seizoen, jaargetijde en meer

Een seizoen is een van de vier jaargetijden, of een vaste periode voor een activiteit zoals het voetbalseizoen of de nieuwe reeks van een televisieserie.

Een seizoen is een deel van het jaar met eigen kenmerken. Het woord gaat terug op Latijn satio, het zaaien, en betekende dus oorspronkelijk de tijd waarin je moest zaaien. Via het Frans saison kwam het in het Nederlands terecht.

Vormen en samenstellingen

VormWoordToelichting
Enkelvoudhet seizoenHet-woord.
Meervoudde seizoenenGewoon -en.
Verkleinwoordhet seizoentjeZelden gebruikt.
SamenstellinghoogseizoenDrukste periode.
SamenstellingseizoensarbeidWerk dat bij een bepaalde tijd van het jaar hoort.

Zo gebruik je het in een zin

Spelling van seizoen

Het woord wordt vaak foutief gespeld, omdat de uitspraak (zei-ZOEN) niet direct op de letters lijkt. De juiste spelling is seizoen: ei, dan zoen. Het Franse saison heeft een z in het midden, en die bleef behouden. In Nederland spreek je van vier seizoenen, in de tropen eerder van een regenseizoen en een droog seizoen. In samenstellingen is *seizoensarbeid* de gangbare vorm, met tussen-s.

Hoe schrijf je seizoen correct?

Met ei en z: seizoen. De spelling volgt het Franse saison.

Is seizoen een de- of een het-woord?

Een het-woord: het seizoen, de seizoenen.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 7 letters