De sector: waarom economen alles in sectoren verdelen
Een sector is een afgebakend deel van de economie of van een geheel, zoals de zorg of de industrie. In de wiskunde is het een taartpunt van een cirkel.
Een sector is een stuk van een groter geheel dat je apart bekijkt. Economen praten over de zorgsector, wiskundigen over een cirkelsector en landmeters over een sector op de kaart.
- Bedrijfstak of deel van de economie. *De bouwsector groeit.*
- Taartpunt van een cirkel. *De sector heeft een hoek van negentig graden.*
- Afgebakend gebied. *Het leger verdeelde het front in sectoren.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de sector | de-woord |
| Meervoud | sectoren | Latijnse uitgang |
| Verkleinwoord | sectortje | zeldzaam |
| Samenstelling | dienstensector | niet-industriële bedrijven |
| Samenstelling | overheidssector | publieke diensten |
Zo gebruik je het
- De publieke sector heeft een tekort aan personeel.Journalistiek en beleid.
- Teken eerst een sector van veertig graden.Wiskundig gebruik.
- Hij werkt in de financiële sector.Gewone taal voor een bedrijfstak.
Dezelfde familie als sectie
*Sector* komt van het Latijnse woord voor 'snijder', afgeleid van *secare*. Wie een sector bekijkt, ziet een uitgesneden stuk van het geheel. Zo is het nauw verwant met sectie. In de economie spreken we van drie sectoren: de primaire (grondstoffen), de secundaire (industrie) en de tertiaire (diensten). Op de markt zie je ze samenkomen, in de cirkel zie je de wiskundige betekenis. Ook in de informatica spreken we van een sector: de kleinste eenheid op een schijf.
Wat zijn de drie economische sectoren?
Primair (landbouw, visserij), secundair (industrie) en tertiair (diensten).
Is een sector hetzelfde als een branche?
Bijna: *branche* is meer gebruikelijk voor één bedrijfstak, *sector* voor een groter geheel.
Wat betekent sector in de wiskunde?
Het deel van een cirkelvormige schijf tussen twee stralen en de bijbehorende boog.