Scheen: je onderbeen en de zon van gisteren

De scheen is de voorkant van het onderbeen, tussen knie en enkel. Het woord is ook de verleden tijd van schijnen.

Het woord scheen heeft twee volledig verschillende betekenissen. Het is zowel een lichaamsdeel waar het pijn doet als je er een trap tegen krijgt, als de verleden tijd van een werkwoord dat met licht te maken heeft. Wie let op de zin, weet meteen welke bedoeld is.

Vormen

KenmerkVormVoorbeeld
Lidwoorddede scheen
Meervoudschenenblauwe schenen
Samenstellingscheenbeeneen gebroken scheenbeen
Samenstellingscheenbeschermerscheenbeschermers bij voetbal
Werkwoordschijnenscheen, geschenen

Scheen in een zin

Tegen de schenen schoppen

De uitdrukking *iemand tegen de schenen schoppen* betekent dat je iemand op een onaangename manier beledigt of voor het hoofd stoot. Letterlijk raak je iemand op een gevoelige plek, want de scheen heeft weinig spieren en vet, en een trap doet daar zeer. In het voetbal draag je daarom scheenbeschermers. Het werkwoord schijnen is onregelmatig: *schijnen, scheen, geschenen*. Zo is *scheen* de verleden tijd die je ook in boeken tegenkomt. Het been is het hele ledemaat, maar de scheen ligt alleen voor aan het onderbeen. Het scheenbeen, in het Latijn *tibia*, is het grootste van de twee botten daarvan.

Is scheen enkelvoud of meervoud?

Als lichaamsdeel is scheen enkelvoud, het meervoud is schenen. Als werkwoordsvorm hoort het bij de verleden tijd van schijnen.

Wat betekent iemand tegen de schenen schoppen?

Iemand onaangenaam raken of beledigen, vaak onbedoeld.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 6 letters