Scheen: je onderbeen en de zon van gisteren
De scheen is de voorkant van het onderbeen, tussen knie en enkel. Het woord is ook de verleden tijd van schijnen.
Het woord scheen heeft twee volledig verschillende betekenissen. Het is zowel een lichaamsdeel waar het pijn doet als je er een trap tegen krijgt, als de verleden tijd van een werkwoord dat met licht te maken heeft. Wie let op de zin, weet meteen welke bedoeld is.
- Voorkant van het onderbeen. *Hij kreeg een trap tegen zijn scheen.*
- Verleden tijd van schijnen (licht geven). *De zon scheen de hele dag.*
- Verleden tijd van schijnen (lijken). *Hij scheen blij te zijn.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de | de scheen |
| Meervoud | schenen | blauwe schenen |
| Samenstelling | scheenbeen | een gebroken scheenbeen |
| Samenstelling | scheenbeschermer | scheenbeschermers bij voetbal |
| Werkwoord | schijnen | scheen, geschenen |
Scheen in een zin
- Mijn scheen is helemaal blauw na de wedstrijd.Alledaags, over een blauwe plek.
- Het scheen me een goed idee toe.Formeel taalgebruik, met de betekenis 'het leek me'.
- De maan scheen over het water.Beschrijvend, literair.
Tegen de schenen schoppen
De uitdrukking *iemand tegen de schenen schoppen* betekent dat je iemand op een onaangename manier beledigt of voor het hoofd stoot. Letterlijk raak je iemand op een gevoelige plek, want de scheen heeft weinig spieren en vet, en een trap doet daar zeer. In het voetbal draag je daarom scheenbeschermers. Het werkwoord schijnen is onregelmatig: *schijnen, scheen, geschenen*. Zo is *scheen* de verleden tijd die je ook in boeken tegenkomt. Het been is het hele ledemaat, maar de scheen ligt alleen voor aan het onderbeen. Het scheenbeen, in het Latijn *tibia*, is het grootste van de twee botten daarvan.
Is scheen enkelvoud of meervoud?
Als lichaamsdeel is scheen enkelvoud, het meervoud is schenen. Als werkwoordsvorm hoort het bij de verleden tijd van schijnen.
Wat betekent iemand tegen de schenen schoppen?
Iemand onaangenaam raken of beledigen, vaak onbedoeld.