Rooster: lesrooster, ovenrooster en geen haan

Een rooster is een schema van tijden of taken, of een raster van evenwijdige staven. Het Nederlandse woord heeft niets met de Engelse haan te maken.

Een rooster is een geordend geheel van vakken of staven, en daaruit is de overdrachtelijke betekenis van ‘schema’ ontstaan. Wie Engels leest, moet oppassen: *rooster* is daar een haan, terwijl een Nederlands rooster nooit kraait. Het woord hangt samen met het werkwoord *roosteren*, ‘op een rooster garen’.

Vormen en samenstellingen

VormWoordOpmerking
Lidwoordhet roosterOnzijdig.
MeervoudroostersMet -s.
VerkleinwoordroostertjeKlein rooster.
SamenstellinglesroosterRooster van lessen.
WerkwoordroosterenEen snee brood roosteren.

Voorbeeldzinnen

Een rooster is geen haan

De Engelse *rooster* en het Nederlandse rooster zijn valse vrienden. Een Nederlander ziet een rooster als schema of rooster, een Engelsman als haan. In het Nederlands heet dat dier simpelweg ‘haan’. Wie een Engelse zin met *rooster* letterlijk vertaalt, krijgt een rooster dat kraait. Een schema en een rooster liggen dicht bij elkaar, maar bij een rooster denk je aan vaste vakken in de tijd. Wie een rooster volgt, ontwikkelt vanzelf een routine.

Is een rooster hetzelfde als een schema?

Bijna. Een rooster geeft vaste plekken in de tijd, bijvoorbeeld uren of dagen, een schema is algemener.

Waarom heet het roosteren?

Omdat je oorspronkelijk dingen op een rooster boven het vuur legde. Zo kreeg het werkwoord zijn naam.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 7 letters