Publiek: de mensen in de zaal én iets wat openbaar is

Publiek is een groep toeschouwers of toehoorders, of het gewone volk in het algemeen. Als bijvoeglijk naamwoord betekent het openbaar, voor iedereen toegankelijk.

Het woord publiek werkt in het Nederlands op twee manieren: als zelfstandig naamwoord voor de mensen die kijken of luisteren, en als bijvoeglijk naamwoord voor wat voor iedereen toegankelijk is. Wie ‘het publiek’ zegt, bedoelt de toeschouwers; wie ‘publiek’ zegt, bedoelt openbaar. Beide komen van het Latijnse *publicus*, ‘van het volk’.

Vormen

VormWoordOpmerking
Zelfstandighet publiekOnzijdig; meervoud ongebruikelijk.
BijvoeglijkpubliekOnverbogen na een zelfstandig naamwoord.
Verbogeneen publieke zaakMet -e bij een de-woord.
TegenstellingprivéNiet openbaar.
SamenstellingpublieksprijsPrijs gekozen door het publiek.

Voorbeeldzinnen

Publiek, openbaar en privé

Is het publiek enkelvoud of meervoud?

Het is een verzamelnaam en dus meestal enkelvoud: het publiek is enthousiast. Een meervoudige werkwoordsvorm komt voor in informele spreektaal. De reactie van het publiek is vaak bepalend voor de ontvangst.

Wat is publiek domein?

Werk waarop geen auteursrecht (meer) rust. Iedereen mag het gebruiken, zoals een oud boek of een schilderij.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 7 letters