Publiek: de mensen in de zaal én iets wat openbaar is
Publiek is een groep toeschouwers of toehoorders, of het gewone volk in het algemeen. Als bijvoeglijk naamwoord betekent het openbaar, voor iedereen toegankelijk.
Het woord publiek werkt in het Nederlands op twee manieren: als zelfstandig naamwoord voor de mensen die kijken of luisteren, en als bijvoeglijk naamwoord voor wat voor iedereen toegankelijk is. Wie ‘het publiek’ zegt, bedoelt de toeschouwers; wie ‘publiek’ zegt, bedoelt openbaar. Beide komen van het Latijnse *publicus*, ‘van het volk’.
- Toeschouwers of toehoorders (zelfstandig naamwoord). *Het publiek stond te juichen.*
- Het gewone volk. *Het museum is voor het grote publiek geopend.*
- Openbaar (bijvoeglijk). *Een publieke discussie over het verkeer.*
- Bekend bij iedereen. *Zijn publieke optreden was kort.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Zelfstandig | het publiek | Onzijdig; meervoud ongebruikelijk. |
| Bijvoeglijk | publiek | Onverbogen na een zelfstandig naamwoord. |
| Verbogen | een publieke zaak | Met -e bij een de-woord. |
| Tegenstelling | privé | Niet openbaar. |
| Samenstelling | publieksprijs | Prijs gekozen door het publiek. |
Voorbeeldzinnen
- Het publiek was laaiend enthousiast.Neutraal; ‘was’ of ‘waren’ is allebei mogelijk, maar enkelvoud is gebruikelijk.
- De raad vergadert in het openbaar, publieke tribune inbegrepen.Bestuurstaal.
- Publieke omroepen worden deels met belastinggeld gefinancierd.Zoals de NPO in Nederland en de VRT in Vlaanderen.
Publiek, openbaar en privé
- Publiek — vaak formeler, afgeleid van het Latijn. *Publiek domein, publieke ruimte.*
- Openbaar — Nederlands woord met dezelfde betekenis. *Openbaar vervoer, openbare school.*
- Privé — het tegenovergestelde van publiek. *Een privégesprek.*
- Het grote publiek — alle mensen, zonder voorkennis. Dat een protest het grote publiek bereikt, is vaak het hoofddoel.
Is het publiek enkelvoud of meervoud?
Het is een verzamelnaam en dus meestal enkelvoud: het publiek is enthousiast. Een meervoudige werkwoordsvorm komt voor in informele spreektaal. De reactie van het publiek is vaak bepalend voor de ontvangst.
Wat is publiek domein?
Werk waarop geen auteursrecht (meer) rust. Iedereen mag het gebruiken, zoals een oud boek of een schilderij.