Meester: titel, leraar, vakman en baas
Een meester is iemand die iets uitstekend beheerst, in het Nederlands ook de aanspreektitel van een leraar of jurist.
Het woord meester heeft veel gezichten en in elk ervan draait het om gezag of kunnen. Op de basisschool is de meester de man voor de klas, in de rechtbank is hij een jurist met de titel mr. Dat is geen toeval: beide betekenissen komen van het Latijnse *magister*.
- Vakman of kenner. *Hij is meester in het schaken.*
- Onderwijzer. *Meester Jan leest voor.*
- Aanspreektitel van jurist. *Meester Jansen is notaris.*
- Heerser of baas. *Hij werd zijn eigen meester.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de | de meester |
| Meervoud | meesters | de meesters |
| Verkleinwoord | meestertje | een meestertje |
| Vrouwelijk | meesteres | een meesteres |
| Samenstelling | meesterwerk | een meesterwerk |
In een zin
- Meester, mag ik naar de wc?Gebruikelijk in de lagere school in Nederland en Vlaanderen.
- Zij is een meester in het uitstellen.Figuurlijk en vaak ironisch.
- Oefening baart kunst, maar de meester maakt het.Vrije variatie op een bekend gezegde.
Gezegdes met meester
- Zijn eigen meester zijn. Onafhankelijk zijn, geen bevelen aannemen.
- Geen meester zonder leerling. Ook de beste is ooit begonnen.
- Meester worden over iets. Het in zijn macht krijgen, een baas zijn.
- Een meester in de rechten. De academische titel van een jurist, afgekort mr.
Zeg je ook meester tegen een vrouwelijke leraar?
Nee, dan zeg je juf of mevrouw; de meester is mannelijk.
Wat is het verschil met leraar?
Leraar is neutraler en geldt vooral in het voortgezet onderwijs.