Plank: van boekenkast tot theaterpodium
Een plank is een lang, plat en meestal smal stuk hout. In het Nederlands heeft het woord bovendien veel figuurlijke toepassingen, van toneelpodium tot gaspedaal.
Een plank is een lang, plat stuk hout, meestal smal en dun. Het meervoud *planken* staat in het theater voor het podium, en daarom is plankenkoorts de zenuwen voor je optreedt. Naast het stuk hout kan plank ook een schap zijn waarop je dingen zet. Een plaat is breder en dunner dan een plank, en een plank is meestal dikker en smaller dan een plaat.
- Een stuk hout. *Hij zaagde een plank af.*
- Een schap. *De plank in de kast.*
- Het toneel (planken). *Op de planken staan.*
- Figuurlijk: een standpunt. *De plank misslaan.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Enkelvoud | de plank | een brede plank |
| Meervoud | planken | vloer van planken |
| Verkleinwoord | het plankje | een plankje voor de kaas |
| Samenstellingen | plankgas, plankenkoorts | plankgas rijden |
| Verwant | plaat | een plaat hout |
Zo gebruik je het
- De boekenplank hing scheef.Praktisch gebruik: een schap in de kast of een stuk hout dat je koopt in de bouwmarkt, en dat je met een zaag op maat maakt.
- Hij sloeg de plank volledig mis.Figuurlijk: het helemaal verkeerd inschatten.
- Ze rijdt altijd plankgas.Spreektaal: zo hard mogelijk.
Uitdrukkingen met plank
- De plank misslaan. Je vergissen, naast het doel schieten.
- Plankgas. Het gaspedaal volledig indrukken, zo hard mogelijk rijden of werken.
- Plankenkoorts. Zenuwen van een artiest voor een optreden.
- Op de planken staan. Toneelspeler zijn.
Waarom is het planken?
Het is het gewone meervoud van plank, gevormd met -en.
Wat is plankgas?
Dat het gaspedaal als een plank plat tegen de vloer staat, dus helemaal ingedrukt.