Overval: een plotselinge aanval op een plek of persoon
Een overval is een onverwachte aanval, meestal om geld of goederen te roven. Het werkwoord overvallen betekent plotseling aanvallen of verrassen.
Een overval komt altijd onverwacht. Bij een overval is de dader aanwezig terwijl het slachtoffer er ook is; bij een inbraak gebeurt het zonder dat iemand het ziet. Daarom wordt een overval strenger gestraft dan een gewone diefstal, en daarom is de schrik bij slachtoffers vaak groot. In de krant komt het woord dagelijks voor, meestal in een kort bericht over een bank, een winkel of een woning.
- Plotselinge aanval met geweld. *De overval op de bank duurde drie minuten.*
- Plotse verrassing. *Haar bezoek was een leuke overval.*
- Militaire verrassingsaanval. *De overval op het kamp slaagde.*
Vormen en samenstellingen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de overval | Meervoud: overvallen. |
| Werkwoord | overvallen | Onscheidbaar: overviel, overvallen. |
| Persoon | overvaller | Vrouwelijk: overvalster. |
| Samenstelling | bankoverval | Ook: woningoverval, gewapende overval. |
Overval in een zin
- De overval op de juwelier werd gefilmd door een camera.Nieuwsregister.
- Hij werd overvallen door een stortbui.Figuurlijk: onverwacht getroffen.
- Zij overviel haar vader met een bos bloemen.Positief en spelend gebruikt; overvallen hoeft dus niet altijd te schrikken.
Overval of inbraak? Een juridisch verschil
- Overval: de dader gebruikt geweld of dreiging tegenover aanwezige personen.
- Inbraak: de dader dringt een gebouw binnen, vaak als niemand thuis is.
- Roof: het wegnemen van goederen met geweld; zie roof.
- Valkuil: het voltooid deelwoord *overvallen* heeft nooit ge-, omdat het voorvoegsel onscheidbaar is.
Is overval hetzelfde als roofoverval?
Roofoverval is een nadere duiding: de overval om te beroven.
Wat is het verschil tussen overvallen en overvallen?
Als zelfstandig naamwoord is overvallen het meervoud; als werkwoord is het de infinitief.