Omtrek: de lengte rondom een figuur
De omtrek is de totale lengte van de rand rondom een figuur of voorwerp. In de wiskunde meet je hem in centimeters of meters; in gewone taal betekent het ook de omgeving.
De omtrek is de afstand die je aflegt als je de rand van een figuur helemaal rondloopt. Bij een cirkel is dat twee keer pi maal de straal, bij een rechthoek tweemaal de lengte plus tweemaal de breedte. In het dagelijks leven gebruiken we het woord ook voor 'de omgeving'.
- Lengte van de rand. *De omtrek van het veld is driehonderd meter.*
- Omgeving. *In de wijde omtrek is geen winkel te vinden.*
- Contour of silhouet. *Hij zag de omtrek van een huis in de mist.*
Vormen en samenstellingen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de omtrek | mannelijk |
| Meervoud | omtrekken | zeldzaam |
| Verkleinwoord | omtrekje | zelden gebruikt |
| Samenstelling | buikomtrek | maat rond de buik |
| Samenstelling | hoofdomtrek | maat voor een muts of helm |
Omtrek in een zin
- De omtrek van een cirkel bereken je met pi.Wiskundig, schoolgebruik.
- In de omtrek zijn geen huizen meer.Vooral voor afstand en omgeving.
- Hij meet de omtrek van zijn pols.Praktisch, lichaamsmaat.
Omtrek, oppervlakte en omgeving
In het Nederlands wordt 'omtrek' vaak verward met 'oppervlakte': de omtrek meet de rand, de oppervlakte het vlak binnenin. Een rechthoek van 2 bij 8 heeft dezelfde omtrek als een van 5 bij 5, maar een heel andere oppervlakte. Voor een perfecte cirkel kun je de omtrek makkelijk berekenen; bij een onregelmatige rand moet je meten met een touw.
Wat is het verschil tussen omtrek en oppervlakte?
De omtrek is de lengte rondom; de oppervlakte is de grootte van het vlak daarbinnen.
Hoe bereken je de omtrek van een cirkel?
Vermenigvuldig de diameter met pi, of het dubbele van de straal met pi.