Niveau: de hoogte waarop iets zich bevindt
Niveau is de hoogte of waterpas van iets, en figuurlijk de kwaliteit, het peil of de trap van ontwikkeling. Het woord is een Frans leenwoord dat met 'level' verwant is.
Niveau is de plaats van iets op een schaal. Wie op 'hoog niveau' speelt, zit hoog op de ladder van kwaliteit, zoals een voetbalteam in de eredivisie. Het woord werkt dus voor zowel hoogte als kwaliteit, en in het onderwijs spreekt men over taalniveau, bijvoorbeeld B1 of C1 volgens het Europese referentiekader.
- Horizontale hoogte. *Het water staat op hetzelfde niveau.*
- Kwaliteit, peil. *Het niveau van de cursus is hoog.*
- Verdieping of laag. *De parkeergarage heeft vier niveaus.*
Vormen en samenstellingen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | het niveau | onzijdig |
| Meervoud | niveaus | niet 'niveaux' |
| Verkleinwoord | niveautje | vaak neerbuigend |
| Samenstelling | taalniveau | B1, B2 enzovoort |
| Samenstelling | opleidingsniveau | mbo, hbo, wo |
Niveau in een zin
- Het niveau van het examen was hoog.Neutraal, onderwijsregister.
- Zij spelen op landelijk niveau.Vaste combinatie met 'op ... niveau'.
- Hij is niet op mijn niveau.Informeel en vaak zelfverheffend.
Herkomst en spelling
Het Franse *niveau* gaat via Oudfrans terug op Latijn *libella*, 'waterpas', en is verwant aan Engels *level*. Zo is niveau letterlijk 'wat vlak ligt', en dat bleek een handige beeldspraak voor kwaliteit. De Nederlandse spelling heeft *niveau*, niet 'nivo'. Een norm bepaalt welk niveau je minimaal moet halen, en een graad is een stap op die schaal.
Is het 'niveaus' of 'niveaux'?
'Niveaus' is de Nederlandse vorm.
Zeg je 'op niveau' of 'op een niveau'?
Beide kunnen: 'op hoog niveau', 'op een hoog niveau'. Het eerste is gebruikelijker.