Een mail sturen: het woord voor elektronische post

Mail is de gangbare korte vorm van e-mail: een elektronisch bericht dat je via internet verstuurt. Als werkwoord betekent mailen een bericht versturen.

De mail is in vijftig jaar van nieuwtje tot dagelijkse plicht geworden. In het Nederlands betekent mail uitsluitend elektronische post; voor papieren post gebruiken we brief of post. Daarmee verschilt het van het Engelse 'mail', dat ook gewone post kan zijn.

Vormen

VormSchrijfwijzeVoorbeeld
Zelfstandig naamwoordde mailDe mail is binnen.
MeervoudmailsTwintig mails op één dag.
VerkleinwoordmailtjeStuur me een mailtje.
WerkwoordmailenIk mail, hij mailt.
Verleden tijdmailde, gemaildHij mailde gisteren; hebben gemaild.

Mail in het dagelijks leven

Mail, brief en adres

Het woord is een leenwoord uit het Engels, maar is volledig ingeburgerd. Wie in het Nederlands 'mail' zegt, heeft het over een bericht op een scherm. Een gewone brief heet nog steeds brief. Voor het adres van een afzender gebruik je 'mailadres' of 'e-mailadres', beide spellingen komen voor.

Is mail de of het?

De mail: je zegt 'de mail' voor het bericht. 'Het mailtje' is het verkleinwoord.

Hoe schrijf je het voltooid deelwoord?

Gemaild, met een d, omdat de stam mail op een l eindigt.

Zeg je mailen of e-mailen?

Beide vormen zijn correct; mailen is korter en dagelijks gebruik.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 4 letters