Luchten: ventileren en je hart ontlasten
Luchten betekent frisse lucht door een ruimte laten stromen, of figuurlijk iets uiten, zoals je hart luchten.
Luchten is het werkwoord bij lucht. Je kunt een kamer luchten, maar je kunt ook je hart luchten: dan laat je gevoelens naar buiten stromen. Het woord is ook het meervoud van lucht in de betekenis van sferen.
- Frisse lucht binnenlaten. *Ze luchtte de kamer elke ochtend.*
- Uiten, opluchten. *Hij luchtte zijn hart bij een vriend.*
- Buiten laten uitwaaien. *Het beddengoed luchtte aan het raam.*
- Meervoud van lucht (zeldzaam). *Prachtige luchten boven de polder.*
Vormen en vervoeging
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Infinitief | luchten | de kamer luchten |
| Tegenwoordige tijd (hij) | lucht | hij lucht de kamer |
| Verleden tijd | luchtte | zij luchtte |
| Voltooid deelwoord | gelucht | heeft gelucht |
| Hulpwerkwoord | hebben | ik heb gelucht |
Voorbeelden in zinnen
- Wil je even de slaapkamer luchten?Praktisch, dagelijks gebruik.
- Ik moest mijn hart luchten bij mijn zus.Figuurlijk; je klaagt of vertelt wat je dwarszit.
- Ik kan hem niet luchten of zien.Vaste uitdrukking: hij is me onsympathiek.
Luchten of zien
De uitdrukking *iemand niet kunnen luchten of zien* betekent dat je iemand echt niet kunt uitstaan. Een mooi voorbeeld waarin luchten eigenlijk ruiken betekent: je kunt iemand niet eens ruiken of zien. Het zelfstandig naamwoord is lucht. Het werkwoord is zwak: de stam *lucht* eindigt op een t, dus de verleden tijd is *luchtte*. Het voltooid deelwoord is *gelucht*, zonder extra t.
Is het gelucht of geluchtd?
Gelucht. De stam eindigt al op een t, dus er komt geen tweede t.
Wat betekent je hart luchten?
Je zorgen of gevoelens uitspreken, zodat je je opgelucht voelt.