Inkopen: boodschappen doen of goederen aanschaffen
Inkopen betekent goederen kopen, vooral voor een bedrijf of huishouden. Als zelfstandig naamwoord in het meervoud zijn het de gekochte spullen, de boodschappen.
Inkopen is een werkwoord en tegelijk een zelfstandig naamwoord in het meervoud. Wie inkopen doet, gaat naar de winkel om spullen te kopen. Een bedrijf koopt grondstoffen in, een gezin haalt de dagelijkse boodschappen.
- Goederen aanschaffen (ww.). *Het restaurant koopt vers in.*
- Boodschappen (zn., mv.). *Ze deed vandaag haar inkopen.*
- Inkoop bij een bedrijf. *De afdeling Inkoop onderhandelt met leveranciers.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Infinitief | inkopen | scheidbaar werkwoord |
| Tegenwoordige tijd | hij koopt in | scheiding in de zin |
| Verleden tijd | hij kocht in | kocht + in |
| Voltooid deelwoord | ingekocht | met hebben |
| Zelfstandig naamwoord | de inkoop | de inkopen |
Hoe gebruik je het in een zin?
- Ik moet nog even inkopen doen voor het weekend.Vooral Vlaams, in Nederland zegt men boodschappen.
- De winkel koopt zijn voorraad in bij kleine boeren.Zakelijk.
- Hij had flink ingekocht voor de feestdagen.Voltooid deelwoord met ingekocht.
Inkopen of boodschappen?
In Nederland zeg je meestal boodschappen doen, voor het dagelijks eten en wat je nodig hebt. Inkopen doen is breder en wordt in Vlaanderen vaak voor boodschappen en winkelen gebruikt. Voor kleding of cadeaus zegt men in beide landen vaak winkelen. Het werkwoord is scheidbaar: je koopt iets in, maar je hebt het ingekocht. In bedrijven staat de afdeling Inkoop tegenover de afdeling Verkoop. Een winkel moet eerst zijn goederen kopen voordat hij ze met winst kan verkopen. Dat is het principe van handel. Voor de dagelijkse spullen gaat men naar de winkel.
Is inkopen scheidbaar?
Ja: ik koop in, ik heb ingekocht.
Zeg je inkopen of boodschappen?
In Nederland vooral boodschappen, in Vlaanderen ook inkopen.