Hotel: overnachten, ontbijten en uitchecken
Een hotel is een gebouw waar je tegen betaling een kamer kunt huren voor een of meer nachten. Vaak zijn er ook een restaurant en een bar.
Het hotel is een alledaagse plek voor wie op reis is. Het woord komt uit het Frans, waar hôtel eerst een stadspaleis betekende, en is pas later een logeergelegenheid geworden. Tegenwoordig is een hotel een bedrijf met kamers, receptie en vaak een restaurant, in tegenstelling tot een eenvoudige herberg.
- Logeergelegenheid. *We boeken een hotel in Brugge.*
- Gebouw met kamers voor gasten. *Het hotel heeft honderd kamers.*
- Het bedrijf zelf. *Zij werkt in een hotel.*
- Spottend: het ouderlijk huis. *Hotel mama.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Enkelvoud | het hotel | een duur hotel |
| Meervoud | hotels | goedkope hotels |
| Verkleinwoord | het hotelletje | een gezellig hotelletje |
| Samenstelling | hotelkamer | een hotelkamer boeken |
| Samenstelling | hotelketen | een grote hotelketen |
Zo gebruik je het
- We verblijven drie nachten in een hotel.Standaardgebruik met het voorzetsel in.
- Het hotel zit vol.Er zijn geen vrije kamers meer.
- Bij mijn ouders is het hotel mama: eten en wassen zijn geregeld.Spottende uitdrukking: iemand die thuis woont en alles laat doen.
Hotel, pension en villa
Het woord wordt uitgesproken met de klemtoon op de tweede lettergreep: ho-TEL. Een *pension* is kleiner en gezelliger en biedt vaak alleen ontbijt. Het Franse *hôtel* verwees oorspronkelijk naar een groot particulier huis in de stad; die betekenis leeft nog door in *hôtel de ville* (stadhuis). Een villa is een groot, vrijstaand woonhuis; wie er als toerist een huurt, verblijft er zoals in een hotel, maar zonder receptie.
Wat is het verschil tussen hotel en pension?
Een pension is kleiner, vaak gezinsbedrijf met minder diensten.
Wat betekent 'hotel mama'?
Een spottende naam voor het ouderlijk huis waar een inwonende volwassene alles gratis krijgt.