Envelop: het omhulsel van een brief
Een envelop is een papieren omhulsel waarin je een brief of kaart stopt voordat je hem verstuurt. Ook de omslag van een formulier heet zo.
Een envelop is het papieren omhulsel dat een brief beschermt. Het woord komt uit het Frans, waar het *enveloppe* heet, en het Nederlands kent beide spellingen. Op een envelop schrijf je het adres en plak je een postzegel.
- Papieren omslag voor een brief. *Stop de brief in een envelop.*
- Omhulsel in het algemeen. *Een envelop met geld, een gebruikelijk cadeau.*
- Budget of potje geld. *De envelop voor de afdeling is op, zegt de manager.*
Vormen van envelop
| Kenmerk | Vorm | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de envelop | Altijd "de". |
| Meervoud | enveloppen | Met dubbele p. |
| Spelling | envelop / enveloppe | Beide toegestaan. |
| Verkleinwoord | envelopje | Klein exemplaar. |
| Samenstelling | vensterenvelop | Met een venster voor het adres. |
Envelop in zinnen
- Ik heb een envelop nodig voor deze brief.Alledaags.
- Ze kreeg een envelop vol bankbiljetten.Neutraal, vaak met een knipoog.
- Het gaat om een gesloten envelop met het resultaat.Plechtig, bij uitslagen.
Envelop of enveloppe?
Beide spellingen zijn toegestaan, maar het meervoud is bij envelop *enveloppen* en bij *enveloppe* *enveloppes*. Zo vermijdt men verwarring. Het woord komt van het Franse werkwoord *envelopper*, "inpakken". Een gewone envelop heeft een plakrand of een zelfklevende strip; bij een vensterenvelop zie je het adres dwars door het papier heen. Wat erin past, is bijvoorbeeld een brief of een kaart.
Is het "de" of "het" envelop?
Het is "de envelop".
Hoe schrijf je het meervoud?
Enveloppen, met dubbele p.
Hoe schrijf je een adres op een envelop?
Zet de naam bovenaan, daaronder de straat met huisnummer, en onderaan de postcode met de plaats.