Enkel: drie woorden in één, van voetgewricht tot ‘alleen’
Enkel betekent ‘één’ of ‘slechts’, en is ook het gewricht tussen voet en onderbeen. Eén klank dus, met twee werelden aan betekenissen.
Het woord enkel is een kameleon. Als zelfstandig naamwoord is het het gewricht bij de voet, als bijvoeglijk naamwoord betekent het ‘één’, en als bijwoord ‘alleen’ – en het Duitse woord *Enkel* betekent iets heel anders: kleinkind.
- Gewricht tussen voet en been (zelfstandig). *Ze verstuikte haar enkel.*
- Eén, niet dubbel (bijvoeglijk). *Een enkele reis naar Brussel.*
- Slechts, alleen (bijwoord). *Enkel op afspraak.*
- Een paar (als enkele). *Er kwamen enkele mensen.*
Enkel in vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Zelfstandig | de enkel | meervoud: enkels |
| Bijvoeglijk | enkel / enkele | enkele reis, enkele deur |
| Bijwoord | enkel | betekent 'slechts' |
| Telwoord | enkele | meervoud; 'een paar' |
| Samenstelling | enkelspel | ook enkelband, enkelbreuk |
Enkel in de zin
- Ik heb mijn enkel verzwikt.Medisch; alledaags.
- Ik wil een enkele reis, geen retour.Vervoer; praktisch.
- Hij kwam enkel om te groeten.Formeel; synoniem van slechts.
Enkel, dubbel en voet
Het tegenovergestelde van enkel (bijvoeglijk) is dubbel: een enkele deur is niet dubbel. De enkel verbindt de voet met het onderbeen en draagt je hele lichaamsgewicht. Het Duitse *Enkel* betekent kleinkind en heeft dus niets met voetgewrichten te maken. In sporttaal wordt *enkelspel* in het tennis gespeeld, dubbelspel is met vier.
Is enkel hetzelfde als alleen?
Als bijwoord ongeveer wel: ‘enkel jij’ is ‘alleen jij’.
Wat betekent 'enkele reis'?
Een reis zonder terugreis.
Wat is het verschil met één?
Enkel benadrukt dat het er maar één is, en kan ook ‘slechts’ zijn.