Energie: kracht, stroom en de drive om iets te doen
Energie is het vermogen om arbeid te verrichten, zoals elektriciteit en warmte, maar ook de levenskracht en dadendrang van een persoon.
Energie is een groot woord voor kleine en grote dingen. Het beschrijft zowel de stroom uit je stopcontact als het gevoel dat je kunt bergen verzetten. Het komt uit het Grieks *energeia*, "werkzaamheid", en kwam via het Frans in het Nederlands.
- Natuurkundig vermogen. *Zonne-energie wordt opgewekt met panelen.*
- Levenskracht of dadendrang. *Hij zit vol energie.*
- Brandstof en stroom in het algemeen. *De energierekening steeg fors.*
- Aura of sfeer. *Een prettige energie in de kamer, een zekere kracht.*
Vormen van energie
| Kenmerk | Vorm | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de energie | Vrouwelijk. |
| Meervoud | energieën | Met trema; zeldzaam. |
| Bijvoeglijk | energiek | Vol energie. |
| Samenstelling | zonne-energie | Met koppelteken. |
| Samenstelling | energiebedrijf | Leverancier van stroom en gas. |
Energie in zinnen
- De windmolens leveren schone energie.Beleid en milieu.
- Ik heb vandaag geen energie meer.Spreektaal, moe.
- Zij straalt energie uit.Over iemands uitstraling.
Energie en uitputting
Het woord energie wordt vaak met *kracht* verward. Een kleine nuance: kracht is wat je op iets uitoefent, energie is wat je kunt doen. In de natuurkunde is de eenheid de joule, genoemd naar James Joule. In het Nederlands zeg je *geen energie hebben* voor moe zijn, en *energie steken in* voor moeite doen. Strikt genomen gaat energie nooit verloren, zij verandert alleen van vorm: dat is de wet van behoud van energie. Daarom is *energie opwekken* eigenlijk een omzetting.
Hoe schrijf je het meervoud?
Energieën, met trema; maar het woord wordt meestal in het enkelvoud gebruikt.
Wat is hernieuwbare energie?
Energie uit bronnen die niet opraken, zoals zon, wind en water.
Wat is energie in de natuurkunde?
Het vermogen om arbeid te verrichten. Het wordt gemeten in joule.