Een eitje: klein ei en makkelijke klus
Een eitje is letterlijk een klein ei, en figuurlijk iets heel makkelijks. Beide betekenissen komen dagelijks voor.
Een eitje is een klein ei, maar in de spreektaal vooral een klus die geen moeite kost. ‘Dat is een eitje’ zeggen mensen over alles van een rekensom tot een verhuizing, al is de herkomst van die uitdrukking niet precies bekend; waarschijnlijk is een gekookt ei gewoon het beeld van iets simpels.
- Klein ei. *Ze at een zachtgekookt eitje.*
- Makkelijke taak (figuurlijk). *De toets was een eitje.*
- Ei van een vogel. *De merel legde vier eitjes.*
Eitje in vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | het eitje | onzijdig |
| Meervoud | eitjes | gewone -s |
| Grondwoord | het ei | meervoud: eieren |
| Samenstelling | eierdopje | ook eierkoker, kippenei |
| Verwant | makkie | spreektaal, ook: 'een makkie' |
Eitje in de zin
- Het examen was een eitje.Spreektaal; alledaags.
- Mag ik een eitje bij het ontbijt?Letterlijk; neutraal.
- Voor hem is dat een eitje.Spreektaal; zelfverzekerd.
Eitje, ei en makkie
- Ei. Het grondwoord; het meervoud is *eieren*, niet 'eiers'.
- Eitje. Heeft een speels, vaak letterlijk kleiner karakter.
- Makkie. Een makkie betekent hetzelfde als een eitje, maar klinkt jonger.
- Kip. Wat een kip legt, noemen we ei, maar wie het op tafel zet, spreekt van een eitje.
Is een eitje hetzelfde als een makkie?
Ja, beide zijn spreektaal voor iets heel makkelijks.
Is het meervoud eieren of eiers?
Eieren; eitjes is het meervoud van eitje.
Waar komt 'dat is een eitje' vandaan?
De herkomst is onzeker; mogelijk verwijst het naar de eenvoud van een ei koken.