Centen: kleingeld, en in spreektaal gewoon geld
Centen is het meervoud van cent en betekent in de omgangstaal geld. Wie de centen heeft, heeft het nodige om iets te kopen.
Centen zijn de muntjes van een honderdste euro, maar in de omgangstaal betekent het gewoon geld. Wie zegt dat hij de centen niet heeft, bedoelt niet dat zijn spaarpot leeg is, maar dat hij het budget voor iets niet beschikbaar heeft. Het woord loopt parallel met cent zelf, en met een euro.
- Munten van een honderdste euro. *Ze telde de centen op tafel.*
- Geld in het algemeen. *Daar heb ik de centen niet voor.*
- Als vaste uitdrukking. *Hij heeft geen cent te makken.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Opmerking |
|---|---|---|
| Enkelvoud | cent | bij getallen blijft cent staan |
| Meervoud | centen | ook cents |
| Na een getal | twintig cent | zonder -en |
| Euromunt | eurocent | ook eurocents |
| Uitdrukking | de centen | geld; vaak ironisch |
Zo gebruik je het
- Heb jij de centen om dit te kopen?Spreektaal.
- Het kost vijftig cent per stuk.Na het telwoord: enkelvoud.
- Hij had geen rooie cent meer.Spreekwoordelijk: niets.
Cent of centen?
Na een getal blijft cent altijd enkelvoud: *vijftig cent*, niet *vijftig centen*. Het woord centen gebruik je als je losse muntjes of geld in het algemeen bedoelt. De uitdrukking *geen cent te makken hebben* betekent dat je geen geld hebt, en *niet een rooie cent* betekent helemaal niets. Zo was een kwartje een kwart gulden, maar vandaag zeg je gewoon vijfentwintig eurocent.
Wat is het verschil tussen cent en centen?
Cent is de eenheid, centen is het meervoud of de omgangstaal voor geld.
Hoe zeg je 50 cent?
Vijftig cent, zonder -en.