Bruid: de vrouw op haar trouwdag
Een bruid is een vrouw die op het punt staat te trouwen of net getrouwd is. Het woord hoort bij bruiloft, bruidegom en bruidsjurk.
Een bruid is een vrouw die gaat trouwen of net getrouwd is. Het woord is opvallend stabiel gebleven: al in het Middelnederlands zeggen mensen 'brude', en de betekenis is sinds die tijd nauwelijks verschoven.
- Vrouw die gaat trouwen. *De bruid wachtte bij de ingang van de kerk.*
- Pasgetrouwde vrouw. *Het bruidspaar nam de eerste dans.*
- Figuurlijk, plechtig. *Een bruid van Christus* (in religieuze taal voor een non).
Bruid in vormen en samenstellingen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de bruid | vrouwelijk |
| Meervoud | bruiden | ook: bruidjes (verkleinwoord) |
| Verkleinwoord | het bruidje | zelden |
| Samenstelling | bruidsjurk | ook bruidsmeisje, bruidsboeket |
| Tegenhanger | bruidegom | de man die trouwt |
Bruid in de zin
- De bruid droeg een lange, witte jurk.Neutraal; vooral bij verslagen van huwelijken.
- Het bruidspaar vertrok per koets.Collectief: bruid en bruidegom samen.
- De ouders van de bruid betaalden het feest.Traditioneel; tegenwoordig vaak gedeeld.
Herkomst en bruiloft
Bruid heeft verwanten in het Engels (*bride*) en het Duits (*Braut*). Het woord *bruiloft* heeft een eigen verhaal: het gaat terug op een oud woord dat met lopen verband houdt en met de optocht naar het huis van de bruidegom. Een feest na de plechtigheid hoort er vandaag nog bij, en een bruidsjurk is altijd een bijzondere jurk.
Is een bruid ook een vrouw die al getrouwd is?
Strikt genomen ja, maar alleen op de trouwdag of kort daarna; daarna heet ze 'echtgenote' of 'vrouw'.
Wat is het mannelijke woord?
De bruidegom, de man die trouwt; samen vormen ze het bruidspaar.
Bestaat er een verschil tussen Nederland en Vlaanderen?
Niet in de betekenis; bruid is overal gewoon Standaardnederlands.