Strot: de keel, vooral in stevige uitdrukkingen
De strot is de keel, zowel de uitwendige hals als de gang naar de maag. Het woord klinkt ruw en komt vooral voor in gezegden.
De strot is de keel, maar dan zoals je die zelden netjes noemt. Het woord duikt vooral op waar het ruw of dreigend wordt: iemand vliegt je naar de strot, iemand duwt je iets door de strot. In een nette tekst gebruik je liever *keel*. Het woord ligt dicht bij keel, de neutrale vorm.
- Keel of slokdarm. *De drank gleed door zijn strot.*
- Voorste deel van de hals. *Een hand om de strot.*
- Aanvalspunt in een gezegde. *Naar de strot vliegen.*
- Spreekwoordelijke verplichting. *Iets door de strot duwen.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Zelfstandig naamwoord | de strot | zijn strot dichtknijpen |
| Meervoud | strotten | strotten openhalen |
| Verkleinwoord | het strotje | zelden gebruikt |
| Verwante vorm | strottenhoofd | het strottenhoofd van de mens |
| Vergelijkbaar | keel | een zere keel |
Zo gebruik je het
- Hij vloog de dief naar de strot.Een felle, ruwe taal; het gaat over een aanval.
- Dat voorstel werd ons door de strot geduwd.Figuurlijk: iets wordt opgedrongen zonder tegenspraak.
- Het eten bleef in zijn strot steken.Informeel en wat boers; ook *in de keel*.
Strot en keel
Het verschil tussen *strot* en *keel* is vooral een kwestie van toon. Een arts spreekt over *keel*, *slokdarm* of *strottenhoofd*; de *strot* hoort bij een kroegtaal die dreigt of overdrijft. Het woord komt uit het Middelnederlands. Het lidwoord is *de*, en in samenstellingen kom je het vooral tegen als *strottenhoofd*, het orgaan met de stembanden. Een andere lichaamsnaam in de buurt is hals.
Is strot een scheldwoord?
Nee, maar het klinkt ruw. Het gebruik in uitdrukkingen is gangbaar, maar niet beleefd.
Wat is het strottenhoofd?
Het deel van de keel waar de stembanden zitten.