Blaas: urineblaas, luchtbel en het werkwoord blazen

Een blaas is een zak of holte met vloeistof of lucht, zoals de urineblaas of een blaar. Ook is het de gebiedende wijs van blazen.

Een blaas is een zak of holte met iets erin: urine in de urineblaas, gal in de galblaas, lucht in een bel. Het woord hoort bij blazen: wat je opblaast, wordt een blaas. Daarom is het ook een blaar op je huid, een met vocht gevulde bel.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordde blaasDe blaas zit onder in de buik.
MeervoudblazenDe blazen zijn geneesbaar.
VerkleinwoordblaasjeIn het blaasje blazen.
Samenstellingurineblaas, galblaasEen ontsteking aan de galblaas.
SamenstellingblaasinstrumentEen trompet is een blaasinstrument.

Zo gebruik je het

Blazen en blaas

Wat je blaast, is lucht; het werkwoord *blazen* heeft verleden tijd *blies*. Een blaas is dus iets dat opgeblazen wordt, of kan worden. Een *blaaskaak* is iemand die grootspraak uitslaat: veel wind, weinig inhoud. Vergelijk het met wind in de zin van opgeblazen praatjes.

Is blaas altijd de urineblaas?

Nee, de blaas kan ook een galblaas, zwemblaas bij vissen of een luchtbel zijn.

Wat betekent in het blaasje blazen?

Een ademtest afleggen met een alcoholmeter, meestal bij een politiecontrole.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 5 letters