Blaas: urineblaas, luchtbel en het werkwoord blazen
Een blaas is een zak of holte met vloeistof of lucht, zoals de urineblaas of een blaar. Ook is het de gebiedende wijs van blazen.
Een blaas is een zak of holte met iets erin: urine in de urineblaas, gal in de galblaas, lucht in een bel. Het woord hoort bij blazen: wat je opblaast, wordt een blaas. Daarom is het ook een blaar op je huid, een met vocht gevulde bel.
- Zak in het lichaam. *De arts onderzocht haar blaas.*
- Luchtbel of blaar. *Er zit een blaas op mijn hiel.*
- Gebiedende wijs van blazen. *Blaas die kaars eens uit!*
- Opblaasbaar voorwerp (oud). *Een varkensblaas als voetbal.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de blaas | De blaas zit onder in de buik. |
| Meervoud | blazen | De blazen zijn geneesbaar. |
| Verkleinwoord | blaasje | In het blaasje blazen. |
| Samenstelling | urineblaas, galblaas | Een ontsteking aan de galblaas. |
| Samenstelling | blaasinstrument | Een trompet is een blaasinstrument. |
Zo gebruik je het
- Ze heeft last van een blaasontsteking.Medisch en alledaags.
- Blaas eens in het blaasje, agent.Alcoholcontrole; met verkleinwoord.
- Een blaas vol lucht ontsnapte aan de bodem.Letterlijke en literaire betekenis.
Blazen en blaas
Wat je blaast, is lucht; het werkwoord *blazen* heeft verleden tijd *blies*. Een blaas is dus iets dat opgeblazen wordt, of kan worden. Een *blaaskaak* is iemand die grootspraak uitslaat: veel wind, weinig inhoud. Vergelijk het met wind in de zin van opgeblazen praatjes.
Is blaas altijd de urineblaas?
Nee, de blaas kan ook een galblaas, zwemblaas bij vissen of een luchtbel zijn.
Wat betekent in het blaasje blazen?
Een ademtest afleggen met een alcoholmeter, meestal bij een politiecontrole.