Balans opmaken: van weegschaal tot boekhouding

Een balans is een toestand van evenwicht, een weegtoestel of in de boekhouding een overzicht van bezittingen en schulden.

De balans is een woord voor evenwicht. Wie de balans opmaakt, kijkt terug op wat goed en slecht ging, net als een bedrijf aan het einde van het boekjaar. Het woord komt van het Latijnse *bilanx*, een weegschaal met twee schalen.

Vormen

VormVoorbeeldOpmerking
de balanseen goede balansde-woord
de balansenjaarlijkse balansenmeervoud
balancerenik balanceerwerkwoord
balanceerdezij balanceerdeverleden tijd
gebalanceerdeen gebalanceerd menuvoltooid deelwoord

Balans in een zin

Balans en evenwicht

Het Nederlandse woord is geleend uit het Frans *balance*. In de boekhouding staan links de bezittingen en rechts de schulden en het eigen vermogen; beide kanten moeten gelijk zijn. De uitdrukking *uit balans* betekent dat iets uit evenwicht is. Verwant zijn gewicht en schaal, die ook weegtoestellen kunnen aanduiden. Wie het werk en de rust goed afstemt, heeft een gezonde balans. Het werkwoord balanceren gebruik je letterlijk voor iemand op een koord en figuurlijk voor een regering die tussen twee kampen laveert.

Wat betekent de balans opmaken?

Terugkijken en de positieve en negatieve punten tegen elkaar afwegen.

Is balans een de- of het-woord?

Een de-woord: de balans.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 6 letters