Agente: de vrouwelijke politiefunctionaris
Een agente is een vrouwelijke politiebeambte. Het woord kan ook een vrouwelijke vertegenwoordiger of tussenpersoon aanduiden.
Een agente is een vrouwelijke politiefunctionaris. Het woord heeft een mannelijke tegenhanger, de agent, maar steeds vaker zeggen ook vrouwen zelf liever 'agent'. Zo verschuift het taalgebruik langzaam naar beroepsnamen zonder geslacht. Toch blijft agente bruikbaar, zeker wanneer het geslacht in de zin van belang is. In kranten en politieberichten komt het woord regelmatig voor, bijvoorbeeld bij een verslag van een aanhouding.
- Politieagente. *De agente hield de auto aan.*
- Vrouwelijke tussenpersoon. *Zij werkt als agente voor een artiestenbureau.*
- Geheim agente. *De agente leidde een dubbelleven.*
Vormen
| Vorm | Voorbeeld | Opmerking |
|---|---|---|
| de agente | een vriendelijke agente | de-woord |
| de agentes | vier agentes | meervoud op -s |
| het agentje | een agentje | verkleinwoord |
| de agent | de agent fluit | mannelijk |
| agentschap | agentschap voor werk | afleiding |
Agente in een zin
- De agente schreef een bekeuring uit.Neutraal in een nieuwsbericht.
- Twee agentes assisteerden bij de aanhouding.Meervoud; agentes zonder apostrof.
- Mijn tante is agente in Antwerpen.Gebruik in Vlaanderen, waar ook 'politieagente' veel voorkomt.
Agent en agente
Het zelfstandig naamwoord agent is oorspronkelijk Latijn (*agens*, 'handelend'). Vrouwelijke vormen op -e zijn in het Nederlands gebruikelijk bij beroepsnamen. In Nederland heet het korps de politie; informeel gebruikt men woorden als *blauw* of *de flikken*, die in Vlaanderen eveneens bekend zijn. Let op: in officiële taal staat vaak 'politieagent' voor beide seksen.
Kun je ook een vrouw 'agent' noemen?
Ja, steeds vaker. Agente blijft echter correct.
Hoe schrijf je het meervoud?
Agentes, zonder apostrof.