Verkoop, van winkel tot afdeling
Verkoop is het verkopen van goederen of diensten tegen betaling, of de afdeling van een bedrijf die dat doet.
Verkoop is het omzetten van waren in geld. Het woord duikt overal in het bedrijfsleven op, van de verkoopprijs op een etiket tot de verkoopafdeling op kantoor. In de winkel zie je het resultaat in de kassa, en in het bedrijf in de jaarcijfers.
- Het verkopen van goederen. *De verkoop van kaartjes begint om negen uur.*
- De afdeling die verkoopt. *Ze werkt bij de verkoop.*
- De omzet. *De verkoop steeg met tien procent.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de verkoop | De verkoop loopt goed. |
| Meervoud | verkopen (zelden) | Er zijn weinig verkopen. |
| Werkwoord | verkopen | Zij verkoopt boeken. |
| Verleden tijd | verkocht | Hij verkocht zijn fiets. |
| Samenstelling | verkoopprijs | De verkoopprijs is hoog. |
Zo gebruik je het in een zin
- De verkoop van de woning is rond.Makelaarstaal.
- Zij werkt in de verkoop.Het gaat om de afdeling.
- Wegens verkoop gesloten.Bordje in de etalage.
Verkoop, koop en uitverkoop
Het tegenovergestelde van verkoop is koop: wie verkoopt, levert; wie koopt, betaalt. Een uitverkoop is een speciale verkoop met korting, meestal om de voorraad te laten krimpen. In de praktijk loopt het onderscheid tussen verkoop en handel over elkaar: handel is het geheel van kopen en verkopen, verkoop is één kant ervan. Het doel van elke verkoop is winst, al lukt dat niet altijd.
Is verkoop hetzelfde als verkopen?
Verkoop is het zelfstandig naamwoord, verkopen het werkwoord.
Wat is het verschil met handel?
Handel omvat kopen en verkopen; verkoop alleen het verkopen.