Wat betekent tekort? Als er minder is dan nodig
Een tekort is het gebrek aan iets dat je nodig hebt, zoals geld, personeel of tijd. Het tegenovergestelde is een overschot.
Elke begroting, elk team en elke keuken kent het wel: een tekort. Een tekort is het verschil tussen wat er is en wat er nodig is, en het wordt altijd groter als je er pas laat naar kijkt. Het woord wordt in de economie en in het dagelijks leven gebruikt.
- Gebrek aan iets. *Er is een tekort aan verpleegkundigen.*
- Negatief saldo. *De gemeente heeft een tekort van twee miljoen euro.*
- Gebrek in een eigenschap (tekortkoming). *Hij zag zijn eigen tekortkomingen onder ogen.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | het tekort | Altijd een het-woord. |
| Meervoud | tekorten | Beklemtoond op de laatste lettergreep. |
| Verkleinwoord | tekortje | Een klein gebrek, vaak luchtig bedoeld. |
| Werkwoord | tekortschieten | Ik schiet tekort, ik schoot tekort, ik ben tekortgeschoten. |
Tekort in een zin
- Er is een tekort aan woningen in de stad.'Tekort aan' is de vaste verbinding.
- Door het tekort moesten we de bestelling uitstellen.Zakelijke taal; vooral in nieuwsberichten.
- Ik schoot tekort als vriend.Het werkwoord tekortschieten heeft een persoonlijke bijklank.
Tegenstellingen
- Tekort is het gebrek; het tegenovergestelde is het teveel of overschot.
- Tekort schrijf je aaneen, anders dan *te kort* ('de rok is te kort').
- In de economie spreek je van een begrotingstekort als de overheid meer uitgeeft dan ze ontvangt.
Schrijf je tekort of te kort aaneen?
Het zelfstandig naamwoord is altijd aaneen. 'Te kort' in twee woorden betekent: niet lang genoeg.
Wat is een tekortkoming?
Een gebrek of fout in iemands eigenschap of werk, bijvoorbeeld een gebrek aan geduld.