Een tak aan de boom en een tak van sport
Een tak is een zijstengel van een boom of struik. Figuurlijk is het een onderdeel van een groter geheel, zoals een tak van sport of een vestiging van een bedrijf.
Een tak groeit uit de stam van een boom of struik. Dat beeld is zo krachtig dat het woord overal terugkomt: een tak van sport, een tak van de familie, een tak van een bedrijf. Zo ontstaat een boomstructuur voor alles wat zich vertakt.
- Zijstengel van een boom. *Er brak een tak af.*
- Onderdeel van een groter geheel. *Een tak van sport.*
- Vestiging of afdeling. *De bank heeft een tak in de stad.*
- Zijlijn van een familie of rivier. *Een tak van de Rijn.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de tak | De tak breekt. |
| Meervoud | takken | Droge takken. |
| Verkleinwoord | takje | Een takje peterselie. |
| Werkwoord | vertakken | De weg vertakt zich. |
| Samenstelling | zijtak, takkenbos | Een zijtak van de rivier. |
Voorbeeldzinnen
- De vogel zat op een tak.Neutrale, beschrijvende zin.
- Hij springt van de hak op de tak.Uitdrukking: hij wisselt snel van onderwerp.
- Voetbal is een belangrijke tak van sport.Formeel, in een artikel.
Van de hak op de tak
De uitdrukking van de hak op de tak springen betekent dat je zonder samenhang van het ene onderwerp naar het andere gaat. Een tak is van hout en draagt in het voorjaar het blad dat de kroon van de boom vormt. Als de tak breekt, valt het blad mee; zo ziet de boom er in de herfst dan ook anders uit.
Is tak een de- of het-woord?
De tak, meervoud takken.
Wat is het verschil tussen tak en twijg?
Een twijg is dun en jong, een tak dikker en ouder.