Sloop: afbraak van een gebouw of de hoes om je kussen
Sloop is het afbreken van een gebouw of ander bouwwerk. Een sloop is ook de hoes om een kussen, meestal in de samenstelling kussensloop.
Het woord sloop heeft twee heel verschillende betekenissen. Een sloop breekt een huis af, een sloop beschermt je kussen: het ene woord vernietigt, het andere bekleedt. Welke bedoeld wordt, merk je meestal aan het lidwoord en aan de samenstelling.
- Afbraak. *De sloop van de oude fabriek begint in mei.*
- Kussenhoes. *Ze verschoonde de sloop van haar kussen.* Meestal kussensloop.
- Werkwoordsvorm van slopen. *Ik sloop de oude schuur.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de sloop | beide betekenissen |
| Meervoud | slopen | alleen bij kussenhoes |
| Infinitief | slopen | afbreken of vernielen |
| Verleden tijd | sloopte | de stam eindigt op p: -te |
| Voltooid deelwoord | gesloopt | met hebben |
Voorbeelden in een zin
- De gemeente heeft een sloopvergunning verleend.Officiële taal; het gaat om afbraak.
- Zet er een schone sloop om voor je gaat slapen.Alledaags gebruik, meestal kussensloop.
- De orkaan sloopte de hele pier.Figuurlijk of letterlijk: vernielen, ook zonder bouwvergunning.
Samenstellingen met sloop
- Sloopkogel. Zware kogel aan een kraan om gebouwen omver te halen.
- Sloopwoning. Huis dat gesloopt gaat worden en tijdelijk verhuurd wordt.
- Kussensloop. De hoes van een kussen, in Nederland en Vlaanderen hetzelfde woord.
- Sloper. Iemand die sloopt. De sloperij is de plek waar een wrak naartoe gaat en waar puin en metaal gescheiden worden.
Wat is het verschil tussen sloop en afbraak?
In de bouw zijn het synoniemen. Sloop is vakjargon voor het gecontroleerd afbreken van een gebouw.
Hoe spel je de verleden tijd van slopen?
Als sloopte, omdat de stam sloop op een p eindigt (’t kofschip).