Overleg: samen praten voordat je beslist
Overleg is het bespreken van een zaak met anderen voordat je een besluit neemt. Het werkwoord overleggen betekent zowel overleg plegen als stukken overleggen.
Overleg is de Nederlandse manier van beslissen. Eerst praten, dan pas kiezen: in het overleg zoekt iedereen naar een gezamenlijke uitkomst. Het woord past bij vergaderingen, bij werk en bij politiek.
- Bespreking met anderen. *We hebben overleg met de buren.*
- Nadenken voordat je handelt. *Zonder overleg nam hij het besluit.*
- Een vergadering. *Het overleg begint om tien uur.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | het overleg | Geen gewoon meervoud. |
| Werkwoord (praten) | overleggen | Wij overleggen, overlegden, hebben overlegd. |
| Werkwoord (tonen) | overleggen | Ik leg het bewijs over, heb overgelegd. |
| Samenstelling | overlegorgaan | Ook: werkoverleg, sociaal overleg. |
Overleg in een zin
- In overleg met de directie besloot men de fabriek open te houden.Formeel; vaste combinatie.
- Wij moeten dit eerst overleggen.Onscheidbaar werkwoord; geen ge- in overlegd.
- U moet uw paspoort overleggen bij de balie.Scheidbaar werkwoord in de betekenis 'tonen'.
Twee werkwoorden, twee betekenissen
Overleggen bestaat in twee gedaanten. De onscheidbare vorm betekent 'iets samen bespreken' (hij overlegt, hij overlegde, hij heeft overlegd). De scheidbare vorm betekent 'iets laten zien of indienen' (hij legt het over, hij legde het over, hij heeft het overgelegd). De Nederlandse overlegcultuur is zo bekend dat men spreekt van het *poldermodel*: werkgevers, vakbonden en overheid zoeken samen consensus. Een goed gesprek is dus een voorwaarde, geen toegift.
Wat is het verschil tussen overleg en vergadering?
Een vergadering is een bijeenkomst met agenda; overleg kan ook informeel zijn, bijvoorbeeld aan de telefoon.
Hoe schrijf je overlegd?
Zonder ge-: hij heeft overlegd, maar met stukken: hij heeft ze overgelegd.