Wat is opdagen? Komen, soms later dan afgesproken
Opdagen betekent ergens verschijnen of aankomen, vaak met een lichte afkeuring omdat het laat of onverwacht gebeurt. Het is een scheidbaar werkwoord.
Wie opdaagt, verschijnt. Je kunt op tijd opdagen, maar het woord klinkt meestal wat bits: niet opdagen is dan ook erger dan afzeggen. Het is informeler dan 'aankomen' en strenger dan 'komen'.
- Verschijnen op een afspraak. *Hij daagde niet op.*
- Plotseling aankomen. *Om middernacht kwamen ze opdagen.*
- Juridisch: voor de rechter komen. *De verdachte moet in persoon opdagen.*
Vervoeging
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Infinitief | opdagen | Hij komt opdagen. |
| Tegenwoordige tijd | ik daag op | Hij daagt op. |
| Verleden tijd | daagde op | Zij daagden op. |
| Voltooid deelwoord | opgedaagd | Hulpwerkwoord: zijn. |
| Bijzin | dat hij opdaagt | Het werkwoord staat vast in de bijzin. |
Opdagen in een zin
- Niemand daagde op bij de vergadering.Neutraal tot licht afkeurend.
- Hij komt altijd een half uur te laat opdagen.Veel gebruikt met 'komen'.
- Zij is niet opgedaagd voor de zitting.Voltooid deelwoord met zijn.
Herkomst en verwante woorden
Het werkwoord *dagen* betekende in het Middelnederlands onder meer 'ontbieden voor het gerecht' en bleef bewaard in *dagvaarden* en *dagvaarding*. Opdagen is daarvan afgeleid: wie gedaagd is, moet opdagen. In de loop van de tijd verbreedde de betekenis naar elke aankomst. Het zelfstandig naamwoord opkomst hoort bij dezelfde beweging: het aantal mensen dat ergens naartoe komt.
Is opdagen scheidbaar?
Ja: ik daag op, ik ben opgedaagd.
Is opdagen gewoon een ander woord voor komen?
Bijna, maar met een licht verwijt of verrassing erin. Een gast die komt is welkom; een gast die komt opdagen is vaak onaangekondigd of te laat.