Gebruik: het inzetten van iets, en een gewoonte

Gebruik is het inzetten van iets voor een doel, en ook een gewoonte of traditie. Als werkwoord schrijf je gebruiken en zeg je ik gebruik.

Gebruik is een woord met twee gezichten. Het is zowel de handeling van iets inzetten als een gewoonte die een gemeenschap heeft overgenomen. Je leest het in de handleiding van een apparaat en in een folder over tradities, en het werkwoord *gebruiken* is er direct van afgeleid.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Zelfstandig naamwoordhet gebruikHet gebruik is eenvoudig.
MeervoudgebruikenOude gebruiken verdwijnen.
InfinitiefgebruikenJe mag het gebruiken.
Verleden tijdgebruikteHij gebruikte de sleutel.
Voltooid deelwoordgebruiktIk heb het gebruikt.

Voorbeelden

Gebruik of verbruik?

Gebruik en verbruik lijken op elkaar, maar ze zijn niet gelijk. Wie iets *gebruikt*, zet het in, soms zonder dat het opraakt: een fiets of een woord. Wie iets *verbruikt*, put het uit: elektriciteit, water, benzine. In de combinatie *gebruik maken van* staat gebruik altijd als zelfstandig naamwoord met het. Ook het adjectief *gebruikelijk* hoort erbij: wat gebruikelijk is, is een gewoonte. Dat gebruik in de betekenis gewoonte nog bestaat, zie je in de uitdrukking *naar oud gebruik*. Voor tradities op een andere schaal is gedrag een verwant begrip.

Is het gebruik of de gebruik?

Het gebruik. Het meervoud is gebruiken, zelfde vorm als het werkwoord.

Hoe schrijf ik gebruikt?

Met een enkele t: de stam is gebruik, daar komt een t achter. Je zegt ook ik gebruik, hij gebruikt.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 7 letters