Durf: het lef om iets te doen

Durf is de moed om iets te wagen, ook als het eng of onzeker is. Het is verwant aan het werkwoord durven.

Durf is de eigenschap van wie iets aandurft. Het bijzondere is dat durf en dorst (lichamelijke behoefte) elk een eigen woord zijn, maar dat dorst ook de verleden tijd van durven was. Zo past het woord bij de moed en bij het lef dat je nodig hebt om een stap te zetten.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Zelfstandigde durfHij heeft durf.
Werkwoord (nu)durvenIk durf, hij durft.
Verleden tijddurfdeZij durfde niet.
Voltooid deelwoordgedurfdEen gedurfde keuze.

Durf in een zin

Durf en dorst

Wat is het verschil tussen durf en moed?

*Durf* legt de nadruk op het wagen en het initiatief nemen, *moed* op standvastigheid wanneer er echt gevaar dreigt.

Hoe vervoeg je durven?

*Ik durf, jij durft, hij durft, wij durven*; verleden tijd *durfde* en voltooid deelwoord *gedurfd*.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 4 letters