Het is bedtijd! Over een kleine dagelijkse routine
Bedtijd is het tijdstip waarop iemand, vooral een kind, naar bed gaat om te slapen. Het is ook een moment in het dagritme van gezinnen.
Bedtijd is het moment waarop het huis tot rust komt. Het woord noemt geen vaste klokslag: voor een peuter is het om half acht bedtijd, voor een puber om middernacht. Het hoort bij vaste routines en rituelen.
- Tijdstip om te gaan slapen. *Om acht uur is het bedtijd.*
- Dagritme (algemeen). *De bedtijd van de kinderen wordt strikt bewaakt.*
- Verhaal voor het slapengaan (samenstelling). *Opa vertelt een bedtijdverhaaltje.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de bedtijd | de-woord |
| Meervoud | bedtijden | met -en |
| Samenstelling | bedtijdverhaaltje | voorleesverhaal |
| Samenstelling | bedtijdritueel | vaste handelingen |
| Verwant | slaaptijd | bijna gelijk |
Zo gebruik je het
- Het is bedtijd, tanden poetsen!Uitroep van ouders.
- Zij houdt een vaste bedtijd aan.Het gaat om een regelmatig tijdstip.
- Na het eten volgt snel de bedtijd.Beschrijvend, in het dagelijks leven.
Bedtijd en ritme
Het woord is een samenstelling van bed en tijd. Het hoort bij een kleine groep woorden over het ritme van de dag, zoals *etenstijd* en *speeltijd*. Je hoort het vaak in het gezin: *naar bed gaan* is de handeling, *bedtijd* het moment. In de avond voeren veel gezinnen een vast ritueel uit, zoals een verhaaltje, een kus en het licht uit. Het tegenovergestelde is de tijd om op te staan, wanneer de wekker gaat. Slaapexperts adviseren vaste tijden, ook in het weekend.
Wat is het verschil tussen bedtijd en slaaptijd?
Bedtijd is het moment dat je naar bed gaat. Slaaptijd kan ook de duur van de slaap zijn.
Is het de bedtijd of het bedtijd?
Het is *de bedtijd*, maar in *het is bedtijd* staat het woord zonder lidwoord.