Steen: van baksteen tot Belgische steenweg
Een steen is een hard stuk gesteente of een gebakken bouwblok. Het woord komt ook voor in nierstenen, edelstenen en straatnamen op steenweg.
Een steen is een hard, minerale brok of een gebakken blok uit de bouw. In België dragen veel doorgaande wegen de naam steenweg: een weg die ooit met stenen was verhard. Het woord blijft in veel samenstellingen aanwezig.
- Brok gesteente. *Een steen in zijn schoen.*
- Bouwsteen. *Een muur van rode stenen.*
- Edelsteen of gesteente in het lichaam. *Hij heeft nierstenen.*
- Figuurlijk: iets hards of ongevoeligs. *Een hart van steen.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de steen | meestal een de-woord |
| Meervoud | stenen | ook bijvoeglijk: stenen vloer |
| Verkleinwoord | steentje | kiezel of edelsteen |
| Samenstelling | baksteen | gebakken bouwblok |
| Samenstelling | steentijd | vroegste periode van de mensheid |
Voorbeelden in een zin
- De kinderen gooiden stenen in de vijver.Alledaags en neutraal.
- Hij heeft een hart van steen.Figuurlijk: onbewogen en gevoelloos.
- Zij woont aan de Brusselsesteenweg.Belgisch Nederlands: een grote gebaande weg.
Steen in vaste uitdrukkingen
- Steen des aanstoots. Iets wat anderen ergert of afkeurend maakt.
- Geen steen op de andere laten. Alles vernielen.
- Een steen in de vijver gooien. Een gebeurtenis veroorzaken waarvan de gevolgen zich uitbreiden.
- De eerste steen leggen. Officieel starten met een bouwproject. Zo'n muur begint bij één steen.
- Steen of rots. Een rots is groot en onbeweeglijk, een steen kun je optillen. Een lange weg heet in België vaak steenweg.
Is steen een de- of het-woord?
De steen. Als materiaal gebruik je het woord ook zonder lidwoord: *een huis van steen*.
Wat is een steenweg?
Een doorgaande weg in België die oorspronkelijk met stenen was verhard.